AMSTERDAM - Het oudste nog functionerende christelijke klooster ter wereld, dat in het jaar 397 werd gebouwd nabij Midyat in het huidige Turks-Syrische grensgebied, wordt in zijn voortbestaan bedreigd.
Vorig jaar klaagden de burgemeesters van drie omliggende dorpen dat de monniken van Mor Gabriel zich met ‘anti-Turkse activiteiten’ bezig hielden, en dat ze probeerden kinderen tot het christendom te bekeren. En nu dreigt de grond, die volgens de gemeenschap al eeuwen bij het klooster hoort, te worden onteigend door de lokale autoriteiten.
‘Er is een constante campagne gaande om de ruggegraat van onze gemeenschap te breken en het klooster te sluiten’, zegt Polycarpus Augin Aydin, de Syrisch-Ortodoxe aartsbisschop in Nederland. ‘En waarom? We zijn daar al meer dan 1.600 jaar.’
Het klooster ligt in de droge heuvels dicht in een regio die door de Syrisch-Orthodoxen de Turabdin, de berg van gelovigen wordt genoemd. Hun Mor Gabriel-klooster is binnengevallen door van Romeinen, Byzantijnen, Mongolen, kruisvaarders en islamitische legers. Nadat het in onbruik was geraakt, werd het in de jaren twintig van de vorige eeuw weer in gebruik genomen. Nu wordt er les gegeven in de Syrisch-Orthodoxe liturgie en het Aramees (de taal van Jezus).
De gemeenschap zelf is flink uitgedund: toen de Turkse staat na de Eerste Wereldoorlog werd gesticht, woonden er nog 250 duizend Syrisch-Orthodoxen, nu zijn dat er in heel Turkije niet meer dan 20 duizend. De meesten zijn naar Europa geëmigreerd; veel kerken en kloosters zijn ruïnes geworden.
De gemeenschap wordt niet als minderheid door de staat erkend. ‘Dat maakt het voor de lokale autoriteiten erg gemakkelijk om aan landjepik te doen’, zegt Pieter Omtzigt, Tweede Kamerlid voor het CDA. Hij heeft vorige week bij de Raad van Europa een motie ingediend waarin de Turkse regering wordt opgeroepen de grond van de Syrisch-Orthodoxen niet onder valse voorwendselen te onteigenen.
De Raad van Europa is een organisatie waar 47 Europese landen lid van zijn. Zij is niet gelieerd aan de Europese Unie, die druk uitvoert op Turkije om een goed kadaster op te stellen. Volgens de monniken in Midyat werden er om die reden plotseling nieuwe grenzen op hun grond getrokken, en kregen de dorpen zo forse stukken land toebedeeld die al eeuwen tot het klooster behoren. ‘Het heeft geen eigendomspapieren’, zegt Omtzigt, ‘maar ze hebben er wel altijd belasting over betaald.’
Op 11 februari dient de zaak voor de Turkse rechter, maar daar heeft de gemeenschap weinig vertrouwen in. Omtzigt: ‘Juist door administratieve procedures worden minderheden vaak dwarsgezeten. En wetten en rechtbanken zijn niet altijd fair tegenover minderheden, hun scholen en hun kerken. Daarvoor is Turkije in het verleden al veroordeeld door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg (wel een instelling van de Raad van Europa, red.).’
Minister Verhagen van Buitenlandse Zaken heeft toegezegd de rechtszaken te zullen volgen. Omtzigt noemt deze ‘een mooie testcase om te zien hoe Turkije omgaat met zijn minderheden’. Dat is volgens hem ‘een goede aanwijzing hoe het ergens met het naleven van de mensenrechten is gesteld’.
Maar als de internationale gemeenschap niet duidelijk maakt dat dit een serieuze zaak is, vreest bisschop Polycarpus dat de gemeenschap wordt opgevreten door de belangen van lokale leiders. ‘De situatie wordt steeds nijpender’, vertelt hij. ‘Er is een monnik, en later een priester gekidnapt, waarvoor vervolgens losgeld is gevraagd. Er zijn klachten tegen ons ingediend bij de politie. En er ontstaat een sfeer van argwaan.’
De bisschop noemt het een ‘politiek spel’ van de lokale autoriteiten, die door de regering niet op de vingers worden getikt. Ook de Koerdische afscheidingsbeweging PKK is in dit deel van Turkije actief. ‘Lokale, tribale leiders die zich door Ankara laten betalen om een wig te drijven tussen de Koerdische bevolking en de PKK, kunnen hun gang gaan’, zegt Polycarpus. ‘Willen ze ons land inpikken? Zit onze gemeenschap hen in de weg? Dan wordt hen geen strobreed in de weg gelegd.’
Volgens hem is Ankara ‘niet bereid rechten te geven aan mensen met een andere achtergrond’. ‘De Turkse staat van Atatürk staat voor één land, één cultuur en één taal. Als je daar niet aan voldoet, bekijken ze je op zijn best met argwaan. We willen alleen maar in vrede kunnen leven en onszelf kunnen ontwikkelen. En het klooster zelf is niet alleen belangrijk voor ons. Dat is een historische en culturele erfenis voor de hele wereld.’
|